De laatste jaren ben ik als therapeut meer gaan werken met mensen die lijden onder de gevolgen van structurele dissociatie. 

Structurele dissociatie ontstaat doordat iemand op jonge leeftijd zoveel onveiligheid en machteloosheid heeft ervaren dat de persoonlijkheid gefragmenteerd is geraakt. In plaats van de persoonlijkheid als één geheel te ervaren, is de persoonlijkheid bij deze mensen opgebouwd uit verschillende afgesplitste delen.

Deze afgesplitste delen kunnen nog enigszins contact met elkaar hebben (cPTSS) maar kunnen ook zo ver afgesplitst zijn dat iemand in de afgesplitste delen kan verdwijnen. Iemand kan dan opeens ‘veranderen’ in een jongere versie van zichzelf of zelf een andere persoon lijken te worden. Dit laatste gebeurt bij iemand die lijdt aan DIS (Dissociatieve Identiteit Stoornis), vroeger ook wel Meervoudige Persoonlijkheid Stoornis genoemd. Dit is een zeer ernstige aandoening die moeilijk te behandelen is, laat staan dat het herkend wordt. Soms heeft iemand tientalle jaren GGZ achter rug en een hele waslijst aan diagnoses verzameld, zonder dat structurele dissociatie als basis voor de problemen herkend werd. Sterker nog, het is nog niet zo heel lang geleden dat hier behandelmethodes voor ontwikkeld zijn. Helaas zijn er nog steeds psychiaters en psychologen die het fenomeen dissociatie verwerpen. De meest bekende en wereldwijd toegepaste methode is het drie-fasen model, ontwikkeld door o.a. Onno van der Hart. Dit model hanteer ik in mijn praktijk. 

Het moet mij ook van mijn hart dat door de mainstream films te zien op o.a. Netflix, DIS een kwaadaardig karakter krijgt. Vaak wordt iemand geschetst als het ene moment onschuldig en verlegen, en het volgende moment een niets ontziende moord-machine. Dit schets een vertekend beeld. De meeste mensen met DIS zijn uitermate kwetsbaar en vooral destructief naar zichzelf.

Het is uitdagend om met deze problematiek te werken, vooral omdat het heel veel tijd en vertrouwen kost om de afgesplitste delen ‘naar buiten’ te laten komen om ermee te kunnen werken. Er zit vaak een enorme hoeveelheid schaamte op. Dat ze zich niet laten zien wil niet zeggen dat ze niets doen. Vaak volgt op iedere vraag die ik stel een innerlijke discussie tussen alle delen en het is voor mij als therapeut laveren tussen alle innerlijke conflicten door, zonder vaak te weten welke conflicten er spelen. Het is alsof je een vredesbemiddelaar bent tussen meerdere partijen, zonder te weten welke partijen er precies zijn en wat hun agenda is.

Het vraagt een enorme afstemming, eindeloos geduld en compassie voor alle afgesplitste delen en de persoon zelf. Het gedrag wat er uit voortkomt kan uitermate destructief zijn, maar de intentie erachter is om de immense trauma-energie die eronder zit nog enigszins beheersbaar te houden.

Het meest uitdagende is dat er dingen verzwegen worden doordat er zoveel schaamte op zit, of een fobische angst op afwijzing. Van collega’s hoor ik soms dat iemand soms jarenlang in therapie kan zijn terwijl er nog steeds misbruik of mishandeling plaatsvindt, zonder dat het verteld of herkend wordt. Dit is verklaarbaar omdat tijdens het misbruik ‘verborgen’ delen actief zijn, die zich tijdens de therapie niet laten zien.

Soms voel ik intuïtief dat iets niet klopt maar heb geen middelen om het bespreekbaar te maken. Dit kan mij dan een enorm machteloos gevoel geven. Ik wil helpen maar kan het niet. Het enige wat rest is door blijven werken aan vertrouwen en veiligheid om die extreem angstige kindsdelen uit te nodigen om te vertellen wat er speelt. En alle andere beschermingsdelen eromheen te laten ervaren en te verzekeren dat het geen consequenties heeft.

En ondertussen mag ik zelf dealen met mijn machteloosheid. Daar volg ik supervisie en intervisie voor. Dit is o.a. ook de reden waarom ik zo diep door mijn eigen innerlijke proces heen ga met behulp van een lichaamsgerichte psychotherapeut. Hoe meer ik mijn eigen ‘shit’ opruim, hoe beter ik mensen kan begeleiden met het herstellen hiervan. Ik merk dat ik daar méér en méér de vruchten van begin te plukken. 

Ondanks deze uitdagingen en de verschrikkelijke verhalen die eronder liggen is het werken met deze doelgroep mooi en bevredigend. Vooral omdat mensen een enorme groei kunnen doormaken wanneer ze langzaam maar zeker uit de dissociaties komen en ze zich steeds meer bewust worden van de innerlijke delen. En zelfs wanneer mogelijk, het leidt tot intergratie en heling. 

Elders op mijn website wijd ik meer uit over de symptomen van structurele dissociatie.

Om mij verder te bekwamen in het werken met deze doelgroep, volg ik de post-HBO opleiding bij het Centrum voor Late Effecten Vroegkinderlijk Trauma (CELEVT)

Herken je hier dingen van jezelf in, en heb je nog niet de juiste hulp gevonden (kasje naar de muur), neem dan contact met mij op. 

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up